TekenRisicoKaart — interactieve kaart voor tekenbeetrisico en tekenbeetziekten in Nederland

1,5 mlntekenbeten/jr
~27.000Lyme-diagnoses/jr (RIVM-schatting 2017)
~1 op 5teken met Borrelia
⌕

Tekenbeetziekten in Nederland

Overzicht van 11 aandoeningen die met teken en tekenbeten in verband worden gebracht. Acht worden in Nederland via een tekenbeet overgedragen; Bartonella heeft geen bewezen tekenroute en CCHF staat alleen als internationale reizigerscontext in het overzicht. Dit is voorlichting en geen medisch advies.

Let op: de twee kaartlagen meten verschillende dingen. De algemene provincieklasse volgt uit Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat en een beperkte TBE-correctie. De ziektespecifieke laag toont van Minimale tot Zeer ruime aanwezigheidsindicatie en schaalt de provincieklasse naar de prevalentie van de verwekker in teken. De uitkomsten zijn daarom niet één-op-één vergelijkbaar.

Ziekte van Lyme

Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): ~20%. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Zeer ruime aanwezigheidsindicatie (onder meer in Drenthe). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: RIVM: circa 20% (ongeveer 1 op 5), een afgerond voorlichtingscijfer; de publieksbron specificeert hiervoor geen afzonderlijk onderzoeksjaar, tekenstadium of testmethode. Stichting Tekenbeetziekten vermeldt gemiddeld 29,3% op basis van Jahfari et al. (2016): PCR/reverse line blot van 314 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus, verzameld via huisartsen in 2007–2008 (4 larven, 167 nimfen, 135 volwassen, 8 onbekend); 92 waren Borrelia-positief. Dit is een onderzoekssteekproef, geen lokaal maximum en geen actuele, representatieve landelijke meting. Bron en methode verschillen; geen van beide percentages is een infectiekans per beet.

Meest voorkomende tekenbeetziekte in Nederland. Een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring kan passen bij erythema migrans; alleen een arts kan dit beoordelen.

Symptomen: Mogelijke klachten zijn een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring, koorts, gewrichtsklachten en vermoeidheid; niet iedereen heeft dezelfde klachten.

Incubatietijd: 3 dagen tot 3 maanden (rode ring meestal na 7–14 dagen).

Overdracht: Borrelia kan via een besmette teek worden overgedragen. De kans op Lyme hangt onder meer af van de aanhechtingsduur en de teek. Snel verwijderen verkleint het risico, maar 24 uur is geen harde veilige grens. Verwijder een teek altijd zo snel mogelijk.

Behandeling: Een typisch erythema migrans (EM) is een klinische diagnose: een arts stelt die op basis van het huidbeeld en de voorgeschiedenis. Een bloedtest is dan niet nodig om behandeling te starten. Lyme wordt met antibiotica behandeld. Bij EM kan een arts bijvoorbeeld doxycycline of amoxicilline voorschrijven; zwangerschap, leeftijd, allergieën en het ziektebeeld bepalen de keuze. Azitromycine is geen algemene vervanger voor zwangeren of kinderen. Deze Lyme-behandelopties gelden niet automatisch voor anaplasmose of andere tekenbeetziekten.

Naar de huisarts: Bespreek een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring, of klachten zoals koorts, gewrichts- of zenuwklachten na een tekenbeet met een arts.

RIVM: circa 20% (ongeveer 1 op 5), een afgerond voorlichtingscijfer; de publieksbron specificeert hiervoor geen afzonderlijk onderzoeksjaar, tekenstadium of testmethode. Stichting Tekenbeetziekten vermeldt gemiddeld 29,3% op basis van Jahfari et al. (2016): PCR/reverse line blot van 314 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus, verzameld via huisartsen in 2007–2008 (4 larven, 167 nimfen, 135 volwassen, 8 onbekend); 92 waren Borrelia-positief. Dit is een onderzoekssteekproef, geen lokaal maximum en geen actuele, representatieve landelijke meting. Bron en methode verschillen; geen van beide percentages is een infectiekans per beet. Circa 27.000 Lyme-diagnoses per jaar is de RIVM-schatting voor 2017 uit huisartsenonderzoek: ongeveer 25.500 met erythema migrans en 1.500 met andere verschijnselen van verspreide Lyme. Het is geen actuele jaarlijkse EM-registratie.

TBE – Tekenencefalitis

Type verwekker: Virus. Voorkomen in teken (NL): ~0,07% lokaal. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Ruime aanwezigheidsindicatie (onder meer in Overijssel, Gelderland, Utrecht). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Lokale schatting: ongeveer 1 op de 1.500 teken (0,07%) in gebieden waar TBE-virus is gevonden. Dit is geen gemeten landelijk gemiddelde en geen infectiekans per beet.

Vaccin beschikbaar. Bekende gepubliceerde vindplaatsen en waarschijnlijke besmettingsplaatsen zijn onder meer de Sallandse Heuvelrug, Utrechtse Heuvelrug, Twente, Achterhoek, Terschelling, Zandvoort, Ermelo, centraal Noord-Brabant en de noordoostelijke Flevopolder. TBE kan in heel Nederland in lokale haarden voorkomen.

Symptomen: Koorts, hoofdpijn, hersenvliesontsteking, nekstijfheid.

Incubatietijd: Meestal 7–14 dagen. Bij een ziekteverloop in twee fasen volgen eerst griepachtige klachten, zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn (fase 1), daarna een klachtenvrije periode en bij een deel van de patiënten neurologische klachten door hersenvlies- of hersenontsteking (fase 2). Veel infecties geven geen klachten; niet iedereen doorloopt beide fasen en de eerste fase kan ontbreken.

Overdracht: TBE-virus bevindt zich in de speekselklieren van een besmette teek en kan al kort na aanhechting, tijdens de beet, worden overgedragen. Borrelia-overdracht hangt doorgaans sterker samen met de aanhechtingsduur en vindt vaak pas na uren plaats, maar er is ook voor Lyme geen harde veilige tijdsgrens. Niet iedere beet leidt tot een infectie. Verwijder een teek altijd zo snel mogelijk, maar snelle verwijdering biedt geen betrouwbare bescherming tegen TBE. Overdracht is ook mogelijk via rauwmelkse producten van besmette geiten, schapen of koeien.

Behandeling: Antibiotica werken niet tegen TBE, omdat TBE door een virus wordt veroorzaakt. Er is geen specifieke antivirale behandeling; medische zorg is ondersteunend. Vaccinatie is de specifieke preventieve maatregel tegen TBE, maar biedt geen volledige garantie en beschermt niet tegen Lyme of andere tekenbeetziekten. Tekenbeten voorkomen en tekencontroles blijven daarom belangrijk. Een arts of GGD kan informatie geven over vaccinatie bij verblijf in risicogebieden.

Naar de huisarts: Bij koorts met hoofdpijn, nekstijfheid, verwardheid of verlammingsverschijnselen na bosbezoek.

Lokale schatting: ongeveer 1 op de 1.500 teken (0,07%) in gebieden waar TBE-virus is gevonden. Dit is geen gemeten landelijk gemiddelde en geen infectiekans per beet. Sinds 1 maart 2025 is TBE meldingsplichtig (groep C); de cijfers over 2023 en 2024 berusten op vrijwillige melding. Voorlopige RIVM-jaartotalen: 25 meldingen in 2025, 22 in 2024 en 8 in 2023 (waarvan 5 in Nederland opgelopen) (Osiris-AIZ, selectiedatum 10 maart 2026). Deze totalen omvatten in Nederland én in het buitenland opgelopen infecties, niet uitsluitend binnenlandse gevallen; het seizoen 2026 is niet inbegrepen. De RIVM-omschrijving van ongeveer 2 tot 5 gevallen per jaar sinds 2016 gaat over in Nederland opgelopen infecties; oudere berichten met 1 à 2 betreffen een eerdere periode. Dit zijn geen alternatieve totalen voor dezelfde jaarreeks. Volgens de LCI-richtlijn zijn tussen 2016 en juni 2024 23 patiënten gemeld die TBE in Nederland opliepen.

Rickettsia – onzekere ziekterol

Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 31,1% (onderzoek). Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Ruime aanwezigheidsindicatie (onder meer in Drenthe, Gelderland, Noord-Holland, Utrecht).

Toelichting bij dit cijfer: Coipan et al. (2013): 31,1% R. helvetica tegenover 11,8% B. burgdorferi s.l. in zoekende Ixodes ricinus (nimfen en volwassen teken), individueel onderzocht met PCR/reverse line blot. Verzameld op 21 locaties in 2006–2010 en één locatie in 2000–2009. Dit is geen actueel landelijk gemiddelde. Een andere steekproef van bij mensen verwijderde teken (2007–2008; Jahfari et al., 2016) vond circa 22% Rickettsia-soorten, waaronder R. helvetica en R. monacensis. Deze noemers zijn niet uitwisselbaar.

Rickettsia helvetica werd in het onderzoek naar zoekende Nederlandse teken van Coipan et al. (2013) het vaakst aangetroffen van de onderzochte micro-organismen. De rol bij ziekte bij mensen is onzeker; veel DNA-vondsten in teken betekenen niet veel ziektegevallen.

Symptomen: Voor R. helvetica is geen eenduidig ziektebeeld vastgesteld. Koorts is beschreven; de typische combinatie van vlekkenkoorts en eschar mag niet aan deze bacterie worden toegeschreven..

Incubatietijd: Voor R. helvetica niet betrouwbaar vastgesteld.

Overdracht: Rickettsia-soorten kunnen via teken worden overgedragen. Aantoning van R. helvetica in een teek bewijst geen infectie of ziekte bij de gebeten persoon.

Behandeling: Een arts beoordeelt een eventuele rickettsiose en de behandeling; een positieve teektest is geen behandelindicatie.

Naar de huisarts: Leg nieuwe klachten na een tekenbeet vast en bespreek ze met een arts; deze informatie stelt geen diagnose.

R. helvetica is een potentieel ziekteverwekkende bacterie met een onzekere ziekterol. Andere Rickettsia-soorten kunnen wel vastgestelde vlekkenkoorts met eschar veroorzaken, bijvoorbeeld in reizigerscontext.

Neoehrlichiose

Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 5,4%. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Matige aanwezigheidsindicatie (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Kan lijken op Lyme. Ernstig bij immuungecompromitteerden.

Symptomen: Koorts, vermoeidheid, spierpijn.

Incubatietijd: 1–3 weken.

Overdracht: Candidatus Neoehrlichia mikurensis, een bacterie in de bloedvatwand.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur, mede op basis van de afweer.

Naar de huisarts: Bij aanhoudende koorts of trombose-achtige klachten na een tekenbeet.

Wordt door standaard Lyme-tests gemist; vooral gevaarlijk voor mensen met een verzwakt afweersysteem.

Babesiose

Type verwekker: Parasiet. Voorkomen in teken (NL): 3,5%. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Matige aanwezigheidsindicatie (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Jahfari et al. (2016): 3,5% Babesia-soorten in 314 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus uit 2007–2008 (4 larven, 167 nimfen, 135 volwassen teken, 8 met onbekend stadium), individueel onderzocht met PCR/reverse line blot. Geen landelijk gemiddelde. Coipan et al. (2013) vond 1,7% in zoekende nimfen en volwassen teken uit 2000–2010; dit betreft een andere steekproef.

De gebruikelijke antibiotica tegen Lyme zijn niet gericht op deze parasiet. In 2024 werd de eerste in Nederland opgelopen besmetting beschreven.

Symptomen: Mogelijke klachten zijn koorts, bloedarmoede, geelzucht en donkere urine; klachten en ernst kunnen verschillen.

Incubatietijd: 1–4 weken, soms langer.

Overdracht: Babesia-parasieten die rode bloedcellen binnendringen (vergelijkbaar met malaria).

Behandeling: Behandeling kan bestaan uit middelen gericht tegen de parasiet, soms gecombineerd met een antibioticum. Een arts bepaalt middel en duur; gebruikelijke Lyme-antibiotica alleen behandelen babesiose niet.

Naar de huisarts: Bij koorts met bleekheid, donkere urine of geelzucht na een tekenbeet.

In 2024 werd de eerste in Nederland opgelopen besmetting beschreven. Mensen zonder milt lopen extra risico.

Borrelia miyamotoi-ziekte

Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 2,3%. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Matige aanwezigheidsindicatie (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Jahfari et al. (2016): 2,3% B. miyamotoi, real-time PCR van 302 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus uit de steekproef van 2007–2008 (larven, nimfen en volwassen teken; stadiumverdeling voor deze 302 niet apart vermeld). Individuele teken, geen pools en geen landelijk gemiddelde. Andere onderzoeken met pools van zoekende nimfen hebben een andere noemer.

Terugkerende koortsaanvallen kunnen voorkomen. Standaard Lyme-serologie is niet bedoeld om deze specifieke infectie aan te tonen.

Symptomen: Mogelijke klacht is terugkerende koorts; een rode ring is niet kenmerkend.

Incubatietijd: 1–3 weken.

Overdracht: Borrelia miyamotoi, familie van de terugkerende-koortsbacteriën.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur op basis van het ziektebeeld.

Naar de huisarts: Bij koorts die in golven terugkomt zonder duidelijke oorzaak.

Een rode ring is niet kenmerkend. Gewone Lyme-serologie is niet bedoeld om deze specifieke infectie aan te tonen.

Anaplasmose

Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 1%. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Beperkte aanwezigheidsindicatie (onder meer in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant, Limburg). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Kan gepaard gaan met een verlaagd aantal witte bloedcellen. Een arts bepaalt of en welke antibiotica passend zijn.

Symptomen: Mogelijke klachten en bevindingen zijn hoge koorts, hoofdpijn en verlaagde witte bloedcellen.

Incubatietijd: 5–14 dagen.

Overdracht: Anaplasma phagocytophilum, dat witte bloedcellen infecteert.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur.

Naar de huisarts: Bij hoge koorts met hoofdpijn en spierpijn, zeker bij afwijkend bloedbeeld.

Kan samen met Lyme voorkomen; het bloedbeeld toont vaak lage witte bloedcellen en bloedplaatjes.

Bartonellose

Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): Onbekend. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Beperkte aanwezigheidsindicatie (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant, Limburg). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Overdracht via een tekenbeet is niet wetenschappelijk vastgesteld; de ziektespecifieke klassen zijn daarom laag en indicatief, en zeggen niets over een bewezen tekenroute.

Overdracht via een tekenbeet is niet bewezen, maar wordt ook niet uitgesloten: de bacterie wordt wel in teken aangetroffen.

Symptomen: Griepachtig, neurologische klachten, streepvormige huiduitslag.

Incubatietijd: Dagen tot weken.

Overdracht: Bartonella-soorten; overdracht is bewezen via een krab of beet van een kat (kattenkrabziekte) en via vlooien. Ook een lik op een wondje of via kattenvlooien-uitwerpselen kan besmetting geven.

Behandeling: Als behandeling nodig is, bepaalt een arts op basis van oorzaak en ziektebeeld of antibiotica passend zijn.

Naar de huisarts: Bij langdurige lymfeklierzwelling, koorts of onverklaarde neurologische klachten.

De gegevens over teken staan los van de bewezen routes via katten en vlooien.

Tularemie

Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): Aangetoond. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Minimale aanwezigheidsindicatie (onder meer in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Gelderland, Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Francisella tularensis aangetoond in NL teken. Primair via diercontact.

Symptomen: Koorts, zweren, gezwollen lymfeklieren.

Incubatietijd: 3–5 dagen (tot 14 dagen).

Overdracht: Francisella tularensis, meestal via hazen of knaagdieren; tekenbeet is een mogelijke route.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur.

Naar de huisarts: Bij een zweertje op de beetplek met gezwollen lymfeklieren en koorts.

Ook wel hazenpest genoemd; sinds 2011 weer af en toe in Nederland vastgesteld.

Alfa-galsyndroom

Aard van aandoening: Allergische aandoening (geen verwekker). Voorkomen in teken (NL): Gedocumenteerd. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Matige aanwezigheidsindicatie (onder meer in Drenthe, Gelderland).

Vleesallergie na tekenbeet. Alpha-gal molecuul uit speeksel veroorzaakt immuunreactie.

Symptomen: Allergie 3-6u na vlees: jeuk, netelroos, anafylaxie.

Incubatietijd: Klachten ontstaan weken na de beet, telkens 3–6 uur na het eten van vlees.

Overdracht: Alpha-gal-suiker uit tekenspeeksel zet het afweersysteem aan tot een allergie voor zoogdiervlees.

Behandeling: Behandeling en voedingsaanpassingen worden individueel met een arts of allergoloog bepaald; daarbij kunnen vermijding en medicijnen voor allergische reacties aan bod komen.

Naar de huisarts: Bij netelroos, buikklachten of benauwdheid enkele uren na vlees eten.

De vertraging van uren maakt dat de link met vlees — en met de tekenbeet — vaak lang onopgemerkt blijft.

CCHF – Krim-Congo hemorragische koorts

Type verwekker: Virus. Voorkomen in teken (NL): Niet in NL. Hoogste ziektespecifieke indicatie (eigen schaal per aandoening, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Geen — in geen enkele provincie aangetoond. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Nooit aangetoond in Nederlandse teken of patiënten; daarom overal risicoklasse Geen.

Komt in Nederland (nog) niet voor: het virus is hier nooit bij mens of teek vastgesteld. In Europa wel in opmars — o.a. Spanje, Balkan, Griekenland, Turkije en Bulgarije (bron: ECDC).

Symptomen: Hoge koorts, spierpijn, braken, bloedingen (ernstig verloop mogelijk).

Incubatietijd: 1–9 dagen na een tekenbeet (tot 13 dagen na contact met bloed of weefsel).

Overdracht: Krim-Congovirus (CCHFV), vooral via een beet van de reuzenteek (Hyalomma) of het pletten van zo'n teek. Ook via bloed en weefsel van besmet vee en van patiënt op verzorger.

Behandeling: Er is geen algemeen beschikbare specifieke behandeling; medische zorg is ondersteunend en vindt bij ernstige ziekte in het ziekenhuis plaats.

Naar de huisarts: Direct bij hoge koorts, ernstige spierpijn of bloedingen na verblijf in een risicogebied in Zuid- of Zuidoost-Europa.

Volgens het ECDC breidt het verspreidingsgebied zich noordwaarts uit door klimaatverandering en trekvogels die Hyalomma-teken meebrengen. In Nederland is het virus nog niet aangetoond, maar de reuzenteek wordt hier inmiddels wel gevonden.

Tekenrisico en TBE-status per provincie

Let op meldingsbias: de provincieklasse gebruikt Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat en een beperkte TBE-correctie. Dit meet geen tekendichtheid of individuele infectiekans; lokale natuurgebieden kunnen afwijken van de provincieklasse.

Criterium voor een TBE-markering: een gepubliceerde bevestigde vondst van het TBE-virus (of antistoffen) in teken of dieren, óf een humane melding met dit gebied als waarschijnlijke besmettingsplaats. Peildatum 16 oktober 2026 (brongegevens: meldingen 2019–2025, voorlopige TBE-jaarcijfers 2023–2025 (seizoen 2026 niet inbegrepen) volgens RIVM Meldingen Infectieziekten (Osiris-AIZ-selectiedatum 10 maart 2026), Tekenradar-jaarcijfers 2025, LCI-richtlijn TBE, Staat van Infectieziekten 2024 en Wijburg et al. 2026). Let op: de klasse 'nog niet aangetoond' betekent níét dat er geen risico is — alleen dat er voor dat gebied (nog) geen bevestiging is gepubliceerd; uitsluiting is niet mogelijk.

TBE komt voor in kleine, lokale haarden en niet provinciedekkend: 'aangetoond' betekent dat het virus ergens in die provincie is gevonden, niet dat het overal in die provincie zit — en 'nog niet aangetoond' betekent niet dat er geen risico is. De twee kaartlagen meten bovendien verschillende dingen: de risicoklasse volgt uit Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat en een beperkte TBE-correctie, de TBE-markering uit aangetoonde virusaanwezigheid. Bekende gepubliceerde vindplaatsen en waarschijnlijke besmettingsplaatsen zijn onder meer de Sallandse Heuvelrug, Utrechtse Heuvelrug, Twente, Achterhoek, Terschelling, Zandvoort, Ermelo, centraal Noord-Brabant en de noordoostelijke Flevopolder.

Sinds 1 maart 2025 is TBE meldingsplichtig (groep C). Voor 2025 bevat de voorlopige RIVM-selectie 25 geaccordeerde meldingen, tegen 22 in 2024 en 8 in 2023 (waarvan 5 in Nederland opgelopen) — die laatste twee jaren nog op basis van vrijwillige melding. De toename begon dus al vóór de meldingsplicht; de meldplicht verbetert vooral de volledigheid van het beeld. Meldingen omvatten zowel in Nederland als in het buitenland opgelopen infecties. Bron: RIVM, Overzicht meldingen infectieziekten (Osiris-AIZ, selectiedatum 10 maart 2026). Deze jaarreeks bevat het seizoen 2026 niet; een automatische broncontrole maakt dit geen actuele seizoenstelling. Volgens de LCI-richtlijn zijn tussen 2016 en juni 2024 23 patiënten gemeld die TBE in Nederland opliepen. Lokale schatting: ongeveer 1 op de 1.500 teken (0,07%) in gebieden waar TBE-virus is gevonden. Dit is geen gemeten landelijk gemiddelde en geen infectiekans per beet. TBE-virus kan eerder tijdens de beet worden overgedragen dan Borrelia; snelle verwijdering biedt daarom geen betrouwbare bescherming tegen TBE. Verwijder een teek wel altijd zo snel mogelijk.

Aandeel van de gemelde tekenbeten dat in de eigen tuin is opgelopen (RIVM/Tekenradar, 2026). Dit is géén aantal meldingen per 100.000 inwoners. In Drenthe, Groningen en Zeeland ligt het aandeel boven de 40%, in Noord-Holland, Utrecht en Noord-Brabant onder de 30%. Het RIVM geeft aan dat de oorzaak van dit verschil niet bekend is. Bron: RIVM / Tekenradar.nl — actuele tekencijfers.

Bevolkingsverdeelde schatting per provincie. De landelijke RIVM-schatting van circa 1,5 miljoen tekenbeten per jaar is naar inwonertal verdeeld (CBS). Dit is een geschat absoluut aantal beten, geen provinciale meting of meldingentelling. De provincieklasse gebruikt afzonderlijk Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat en een beperkte TBE-correctie. Het werkelijke aantal beten kan sterk afwijken door habitat, buitenactiviteit en meldgedrag. Voor de omvangscategorie telt de getoonde schatting: 50.000 valt in 50.000 – 99.999, dus ook Groningen. Deze grens is geen biologische risicogrens. Bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal) — RIVM-cijfers tekenbeten en lyme.

Tekenradar.nl ontving in 2025 10.795 doorgegeven tekenbeten: 41% meer dan in 2024 en het hoogste aantal sinds 2020. Meer meldingen betekent niet automatisch meer teken; het weerspiegelt ook meer aandacht voor tekenbeten.

Bronnen automatisch gecontroleerd: 16 oktober 2026. Laatst bijgewerkt: 16 oktober 2026. Peildatum brongegevens: meldingen 2019–2025, voorlopige TBE-jaarcijfers 2023–2025 (seizoen 2026 niet inbegrepen) volgens RIVM Meldingen Infectieziekten (Osiris-AIZ-selectiedatum 10 maart 2026), Tekenradar-jaarcijfers 2025, LCI-richtlijn TBE, Staat van Infectieziekten 2024 en Wijburg et al. 2026.

Leg een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring, of andere nieuwe klachten na een tekenbeet, vast en bespreek deze met een arts. Deze pagina beoordeelt geen individuele situatie.

TekenRisicoKaart — welkom